De puntentelling van een huurwoning bepaalt de hoogste huur die de wet toestaat. Tot en met 143 punten is dat sociale huur (hoogstens € 932,93 per maand), van 144 tot en met 186 punten middenhuur (hoogstens € 1.228,07). Schuif hieronder en zie meteen je punten en de hoogste huur.
Bijgewerkt op 21 oktober 2026
De schuiven geven een schatting. Vul je adres in en wij halen de oppervlakte, de WOZ-waarde en het energielabel uit de landelijke registers, en tellen de echte punten na.
De puntentelling en de bedragen komen uit onze eigen rekenkern en uit de tabel in de wet. De schuiven rekenen met de regels van 2026; zie wat er per 1 januari 2027 verandert.
Ja. Vul je adres in en wij halen de oppervlakte, de WOZ-waarde en het energielabel uit de landelijke registers, tellen de punten en laten de hoogste huurprijs zien die de wet bij dat puntenaantal toestaat.
€ 6,86 per maand is een punt gemiddeld waard in de huurprijstabel van 2026.
Bron: Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte, bijlage I, jaargang 2026. Alle cijfers op een rij
In 2026 is een woning tot en met 143 punten sociale huur, met een hoogste huur van € 932,93, en van 144 tot en met 186 punten middenhuur, tot € 1.228,07. Per 1 januari 2027 worden dat € 959,71 en € 1.263,32. Vanaf 187 punten staat er geen wettelijk maximum meer in de wet.
| Band | Punten | 2026 | 2027 |
|---|---|---|---|
| Sociale huur | t/m 143 | € 932,93 | € 959,71 |
| Middenhuur | 144 t/m 186 | € 1.228,07 | € 1.263,32 |
| Vrije sector | vanaf 187 | geen maximum | geen maximum |
Bron: ministerie van BZK, de maximale huurprijsgrenzen zelfstandige woningen (2026, en per 1 januari 2027 uitgegeven op 7 oktober 2026), en bijlage I van de Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte. Maximale huur voor contracten vanaf 1 juli 2024: art. 7:247 BW. De Huurcommissie rekent 143 punten tot de sociale huur.
Meer over de middenhuur van 144 tot 186 punten, over sociale huur boven het maximum, over huren in de vrije sector en over de Wet betaalbare huur.
Zoek je kale huur op in de tabel van de wet: het puntenaantal dat daarbij hoort is het minimum dat je woning moet halen. Haalt je woning dat aantal niet, dan vraagt je verhuurder meer dan de tabel bij die punten toestaat. Vanaf 187 punten bindt de tabel niet meer, dus daar bestaat geen minimum.
Wij rekenen met de kale huur, dus zonder servicekosten, gas, water en licht. Dat is het bedrag waar de tabel over gaat.
WWS staat voor woningwaarderingsstelsel. Je berekent de punten door per onderdeel op te tellen: de oppervlakte van de vertrekken en overige ruimten, verwarming, energielabel, keuken, sanitair, buitenruimte en de WOZ-waarde. Het totaal zoek je op in de tabel van de wet, die er de hoogste huur bij geeft. De schuiven bovenaan doen dat voor je.
| Onderdeel | Hoe het telt |
|---|---|
| Vertrekken | Woonkamer, slaapkamer, keuken en badkamer: een punt per vierkante meter. |
| Overige ruimten | Berging of kelder: driekwart punt per vierkante meter. |
| Hal, gang, overloop | Verkeersruimte telt niet mee. |
| Energielabel | Een vast aantal punten per label, zie de tabel verderop. |
| Keuken en sanitair | Lengte van het aanrecht, inbouwapparatuur en het aantal sanitaire onderdelen, elk met een eigen waarde. |
| Buitenruimte | Een vast deel plus een deel per vierkante meter. Geen buitenruimte kost tot 1 januari 2027 vijf punten. |
| WOZ-waarde | Twee tellingen: de WOZ-waarde zelf en de WOZ-waarde per vierkante meter. |
Bron: Besluit huurprijzen woonruimte, bijlage I (zelfstandige woonruimte). Bij woningen die zonder beperking op 187 punten of meer uitkomen mag de WOZ hoogstens een derde van het totaal zijn; dat staat in het stelsel en zit in onze rekenkern.
Elk onderdeel heeft een eigen waarde, en die zie je hieronder als verschil in het totaal. Wij rekenden elke regel door met onze eigen rekenkern: één onderdeel verandert, de rest van de referentiewoning van 120 punten blijft gelijk. Zoek op keuken, balkon, WOZ of label.
Geen balkon, geen tuin, geen dakterras: dat levert niet nul op maar een aftrek van vijf punten. Per 1 januari 2027 vervalt die aftrek. De getallen bij buitenruimte hieronder rekenen nog met de regels van 2026.
Van label G naar A++++ zit bij een meergezinswoning 73 punten en bij een eengezinswoning 77. Na de oppervlakte en de WOZ-waarde is het label het zwaarste onderdeel, en een label E, F of G kost punten in plaats van ze te geven.
Alles wat je aan een keuken kunt verbeteren, aanrecht en volledige inbouw bij elkaar, komt op tien punten uit. Eén stap van label C naar B levert er bij een meergezinswoning vijftien op en bij een eengezinswoning twaalf.
Niets gevonden. Probeer keuken, sanitair, balkon, WOZ of label.
Driekamerwoning, 49 m² aan vertrekken, energielabel c uit 2022, woz-waarde € 300.000, bouwjaar 1985, geen buitenruimte.
Een berging van zes vierkante meter is volgens de rubriek vier en een halve punt waard, en toch stijgt het totaal maar met twee. Dat komt doordat de WOZ-telling een deel per vierkante meter kent: wordt de woning groter, dan zakt dat deel. Elk getal hierboven is daarom het verschil in het totaal, niet de losse rubriekwaarde. Dat is het getal waar je iets aan hebt, want dat is het getal dat je band bepaalt.
Parkeerplaatsen en bijzondere voorzieningen zoals een aanpassing voor een handicap hebben een eigen rubriek. Die tellen alleen mee bij woningen waar zij spelen, dus ze staan niet in deze tabel.
Reken mijn woning doorHet energielabel geeft bij een zelfstandige woning tussen −15 punten (label G) en 62 punten (label A++++) bij een eengezinswoning, en 58 punten bij een meergezinswoning of duplex. Per 1 januari 2027 verandert alleen label E, van −5 naar −4 punten. Een label telt alleen mee als het geldig is.
| Label | Eengezinswoning | Meergezinswoning of duplex | Per 1 januari 2027 |
|---|---|---|---|
| A++++ | 62 | 58 | gelijk |
| A+++ | 57 | 53 | gelijk |
| A++ | 52 | 48 | gelijk |
| A+ | 47 | 43 | gelijk |
| A | 41 | 37 | gelijk |
| B | 34 | 30 | gelijk |
| C | 22 | 15 | gelijk |
| D | 14 | 11 | gelijk |
| E | −5 | −5 | −4 (beide typen) |
| F | −9 | −9 | gelijk |
| G | −15 | −15 | gelijk |
Bron: Besluit huurprijzen woonruimte, bijlage I onderdeel A, rubriek 4.1, geldend vanaf 1 januari 2026. Per 1 januari 2027: Staatsblad 2026, 267. Geen of een ongeldig label: dan telt het bouwjaar, van label A (2002 of later) tot label G (1976 of ouder). Bij een monument tellen E, F en G voor nul.
Per 1 januari 2027 gaat label E van −5 naar −4 punten en vervalt de aftrek van vijf punten voor een woning zonder buitenruimte. De grenzen worden € 959,71 voor sociale huur (143 punten) en € 1.263,32 voor middenhuur (186 punten). De schuiven op deze pagina rekenen nog met de regels van 2026.
| Onderdeel | Nu (2026) | Per 1 januari 2027 |
|---|---|---|
| Energielabel E, zelfstandige woning | −5 punten | −4 punten |
| Aftrek voor geen buitenruimte | −5 punten | vervalt |
| Hoogste huur bij 143 punten (sociaal) | € 932,93 | € 959,71 |
| Hoogste huur bij 186 punten (midden) | € 1.228,07 | € 1.263,32 |
Bron: Staatsblad 2026, 267 (besluit van 10 september 2026, uitgegeven op 18 september 2026) en de publicatie van het ministerie van BZK van 7 oktober 2026. Meer over wat de nieuwe regels voor jouw contract betekenen staat op de Wet betaalbare huur.
Elke ruimte telt anders mee: een vertrek een punt per vierkante meter, een overige ruimte driekwart punt en de hal niets. De punten van alle ruimten, de voorzieningen, het energielabel en de WOZ-waarde bij elkaar bepalen je maximale huur. Tik op een ruimte en zie wat de wet ervan vindt. Dit is de woning uit het voorbeeld: 88 m² in Rotterdam.
Het puntentotaal zet je woning in een band: tot en met 143 punten sociale huur, 144 tot en met 186 punten middenhuur, vanaf 187 punten vrije sector. Bij een contract van vóór 1 juli 2024 beslist de huurprijs bij aanvang, afgezet tegen de grens van de ingangsdatum. Daarom vragen wij naar die datum.
Eén onderdeel kan de doorslag geven. Van de 150 advertenties die wij met onze eigen motor doorrekenden zaten er 23 binnen tien punten onder de 187, en dertien daarvan binnen vijf punten. Daar beslist één labelstap of één balkon aan welke kant van de grens de woning valt.
Bij elk puntenaantal hoort een hoogste kale huur per maand, en die groeit met ongeveer zeven euro per punt. Bij 100 punten is dat € 637,67, bij 143 punten € 932,93 en bij 186 punten € 1.228,07. Hieronder staat de tabel van 2026 voor zelfstandige woningen, per vijf punten.
Bron: Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte, BWBR0015386, bijlage I, jaargang 2026, opgehaald van wetten.overheid.nl. Wij rekenen met de tabel die geldt op de ingangsdatum van de verlaging, niet met die van vandaag.
Een kamer met een gedeelde keuken, douche of toilet valt onder het stelsel voor onzelfstandige woonruimte. Dat stelsel heeft eigen puntenwaarden en een eigen tabel, bijlage II in plaats van bijlage I. Bij hetzelfde puntenaantal hoort daar een ander bedrag dan bij een zelfstandige woning. Meer over het puntenstelsel voor kamers.
Bij 69 punten staat in de tabel voor woningen € 431,56 en in de tabel voor kamers € 658,79. Een kamer wordt op minder punten geteld, want de gedeelde ruimten tellen naar rato mee, dus de tabel begint lager en loopt sneller op.
Onze rekenmachine kent het onderscheid. Zeg bij je adres dat je een kamer huurt, dan telt hij volgens het kamerstelsel en zoekt hij het bedrag op in bijlage II.
Reken mijn kamer doorUitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte, bijlage II, jaargang 2026.
Bij een uitspraak van de Huurcommissie waarin de huurprijs omlaag ging, was het mediane puntenaantal 109 punten. Dat is midden in de sociale band, ruim onder de grens van 143. Wij telden het openbare register door: 43.501 uitspraken, verdeeld over 2.333 postcodegebieden.
Openbaar register van de Huurcommissie, art. 3i Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, CC0, stand 7 september 2026. De volledige telling met kaart staat op uitspraken van de Huurcommissie, en per stad op jouw stad. Wat er per onderwerp uitkwam staat op de Huurcommissie.
Ja. Wij halen de gegevens van je woning uit de landelijke registers, tellen de punten na volgens het stelsel en zoeken de hoogste huur op in de tabel van het juiste jaar. Is je huur hoger dan de tabel toestaat, dan schrijven wij je verhuurder aan en voeren wij de zaak voor je.
Bouwjaar, oppervlakte, WOZ-waarde en energielabel komen uit de landelijke registers. Jij hoeft niets op te meten en niets op te zoeken.
Volgens het stelsel, met de tabel van het juiste jaar en het juiste stelsel voor een woning of een kamer. Je ziet de telling regel voor regel terug, net als op hoe het werkt.
Wij schrijven je verhuurder en regelen de zaak bij de Huurcommissie. No cure no pay.
Hier staan de vragen die mensen het vaakst stellen over de puntentelling, het woningwaarderingsstelsel, het energielabel, de WOZ-waarde en de grenzen van 2026 en 2027. Elk antwoord is kort en los te lezen. Staat je vraag er niet bij, kijk dan op alle vragen.
De puntentelling van een huurwoning telt wat de woning waard is aan oppervlakte, voorzieningen, energielabel en WOZ-waarde. Het totaal aantal punten bepaalt de hoogste huur die de wet toestaat. Tot en met 143 punten is een woning sociale huur, van 144 tot en met 186 punten middenhuur en vanaf 187 punten vrije sector.
Dat hangt af van de oppervlakte, de voorzieningen, de WOZ-waarde en het energielabel. Met de schuiven bovenaan deze pagina heb je binnen tien seconden een schatting. Wil je de echte telling, vul dan je adres in: dan halen wij het bouwjaar, de oppervlakte, de WOZ-waarde en het label uit de landelijke registers en tellen wij het na, regel voor regel.
WWS staat voor woningwaarderingsstelsel. Je berekent de punten door per onderdeel op te tellen: de oppervlakte van de vertrekken en overige ruimten, verwarming, energielabel, keuken, sanitair, buitenruimte en de WOZ-waarde. Het totaal zoek je op in de tabel van de wet, die er de hoogste huur bij geeft. De schuiven bovenaan doen dat voor je.
Het woningwaarderingsstelsel (WWS) is het puntensysteem in de wet waarmee de kwaliteit van een woning in punten wordt uitgedrukt. Elk onderdeel heeft een eigen waarde. Het totaal hoort bij een hoogste huurprijs in een tabel. Voor een kamer met gedeelde voorzieningen geldt een eigen stelsel met een eigen tabel.
Tel de punten van je woning op en zoek het totaal op in de tabel van de wet: daar staat de hoogste kale huur per maand bij dat aantal punten. Per 1 januari 2026 is dat bij 143 punten € 932,93 en bij 186 punten € 1.228,07. Boven 186 punten bestaat er geen wettelijk maximum.
Voor een huurovereenkomst die nu ingaat: 187 punten. Tot en met 143 punten is de woning sociale huur, van 144 tot en met 186 punten valt zij onder de middenhuur, en vanaf 187 punten staat er geen maximum meer in de wet. Bij een ouder contract telt daarnaast de huurprijs waarmee dat contract begon, afgezet tegen de grens van dat jaar.
Tot en met 143 punten is het sociale huur, met per 1 januari 2026 een maximum van € 932,93 per maand. Van 144 tot en met 186 punten geldt de middenhuur, met een maximum van € 1.228,07. Vanaf 187 punten staat er geen maximum meer in de wet. Per 1 januari 2027 worden die bedragen € 959,71 en € 1.263,32. Voor een contract dat eerder inging geldt de grens van het jaar waarin het inging.
Sinds 1 juli 2024 moet een verhuurder bij een nieuwe huurovereenkomst een puntentelling aan de huurder geven. Voor lopende contracten uit de tijd daarvoor bestaat die plicht niet, en daar zit meteen het verschil: veel huurders hebben nooit een telling gezien. Je mag er zelf altijd een laten maken.
Bij een eengezinswoning loopt het van −15 punten voor label G tot 62 punten voor label A++++, bij een meergezinswoning of appartement van −15 tot 58. Het verschil tussen onder- en bovenkant is dus 77 respectievelijk 73 punten. Label E gaat per 1 januari 2027 van −5 naar −4 punten. Een label telt alleen mee als het geldig is; is het verlopen, dan telt het bouwjaar. De volledige tabel staat op deze pagina.
Er zijn twee tellingen: een voor de WOZ-waarde zelf en een voor de WOZ-waarde gedeeld door de oppervlakte. Bij elkaar zijn zij goed voor ongeveer een derde van het puntentotaal van een gemiddelde huurwoning. Voor woningen die op veel punten uitkomen is dat deel begrensd, zodat een hoge WOZ-waarde een woning niet in haar eentje boven de grens tilt.
Buitenruimte telt met een vast deel plus een deel per vierkante meter: een balkon van vijf vierkante meter komt op bijna vier punten uit, een achtertuin van veertig vierkante meter op vijftien. Heeft de woning helemaal geen balkon, tuin, dakterras of berging, dan is het geen nul maar tot 1 januari 2027 een aftrek van vijf punten. Per die datum vervalt de aftrek.
Ja, per 1 januari 2027. Tot die datum kost een woning zonder privé- en zonder gemeenschappelijke buitenruimte (of loggia) vijf punten. Vanaf 1 januari 2027 vervalt die aftrek, ook in de toelichting bij het stelsel. De schuiven op deze pagina rekenen nog met de regels van 2026.
Per 1 januari 2027 verandert er in de puntentelling een aantal dingen. Label E gaat van −5 naar −4 punten, de aftrek van vijf punten voor een woning zonder buitenruimte vervalt, en de grenzen worden € 959,71 voor sociale huur (143 punten) en € 1.263,32 voor middenhuur (186 punten).
Minder dan bijna iedereen denkt. De lengte van het aanrecht is bepalend en de inbouwapparatuur telt er per stuk bij op, maar alles wat je aan een keuken kunt verbeteren komt bij elkaar op tien punten uit. Eén stap omhoog op de labelschaal, van C naar B, levert er bij een meergezinswoning vijftien op en bij een eengezinswoning twaalf. Verbouwen aan de keuken om punten te winnen is dus een dure omweg.
Het sanitair telt per stuk: een douche, een bad, een wastafel en een toilet hebben elk hun eigen waarde, en een tweede toilet telt gewoon door. Een bad naast de douche komt op drie punten uit, een tweede toilet ook. Het verschil tussen een eenvoudige en een complete badkamer is in de telling zeven punten.
Een kamer met een gedeelde keuken of badkamer valt onder het stelsel voor onzelfstandige woonruimte. Dat heeft eigen puntenwaarden en een eigen tabel, bijlage II, en bij hetzelfde puntenaantal hoort daar een heel ander bedrag dan bij een zelfstandige woning. Zeg bij je adres dat je een kamer huurt, dan rekenen wij met het juiste stelsel.
Punten zijn de maat voor de kwaliteit van de woning. De maximale huurprijs is het bedrag dat bij dat aantal punten hoort volgens een tabel in de wet. Punten tel je dus op, het bedrag zoek je op. Die tabel wisselt sinds de Wet betaalbare huur elk jaar per 1 januari.
Een vertrek levert een punt per vierkante meter op: woonkamer, slaapkamer, keuken, badkamer. Een overige ruimte, zoals een berging of een kelder, levert driekwart punt per vierkante meter op. Verkeersruimte zoals een hal, een gang of een overloop telt helemaal niet mee. Daarom valt de wettelijke oppervlakte vrijwel altijd lager uit dan het aantal vierkante meters in de advertentie.
Jij weet het meteen.